Kinderarmoede

Je ziet het vaak niet, maar in Nederland groeit één op de elf kinderen op in armoede. In sommige buurten leeft zelfs één op de drie kinderen in een gezin waar nauwelijks geld is voor gezond voedsel, onderdak of kleding.

Voor de meeste mensen is een verwarmd huis, dagje uit, een eigen fiets of laptop de normaalste zaak van de wereld. Maar niet voor kinderen die in armoede leven. Ze vieren minder vaak hun verjaardag, gaan minder vaak naar partijtjes, komen met moeite aan de benodigde leermiddelen en slaan zwemles vaak over.  

Onderzoek van de Kinderombudsman (2017) laat zien dat Nederlandse kinderen die opgroeien in armoede én problemen thuis, hun leven een 5,5 geven (versus 7.5 gemiddeld). Niet zelden schamen ze zich vaak voor hun situatie, zijn ze boos of verdrietig en proberen ze dit te verbergen. Van een onbezorgde jeugd is geen sprake.

Geldgebrek is niet het enige probleem. Armoede in een gezin zorgt voor stressvolle ervaringen die de gezondheid van kinderen niet ten goede komen. Ze kampen vaak met hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid, depressie, stoornissen, etc. Uit angst voor kosten mijden gezinnen in armoede vaak de huisarts, tandarts of medisch specialist. Ook op latere leeftijd leidt opgroeien in armoede tot een grotere kans op (chronische) ziektes en ongezond gedrag.

Hetzelfde geldt voor de (latere) risico's die kinderen uit arme gezinnen lopen op sociale uitsluiting en eenzaamheid, slechtere kansen en talentontwikkeling, psychische problemen, economische achterstanden, onthechting en onveilige (thuis)situaties. Allemaal ongewenste gevolgen die samenhangen met opgroeien armoede.

Afgelopen jaren daalde het aantal kinderen dat in armoede leeft van 337.000 in 2013 naar 264.000 in 2018 (een op de elf kinderen). In berekeningen van het Centraal Planbureau -vóór COVID19- daalt het aandeel huishoudens onder de lage-inkomensgrens nog naar van 7,4% in 2019 naar 6,6 % in 2020. De kans is echter reëel dat de coronacrisis een einde maakt aan deze dalende trend. 

De term kinderarmoede verwijst naar 0-18-jarigen die opgroeien in een gezin waar sprake is van het niet-veel-maar-toereikend-criterium. Deze kinderen en gezinnen hebben een langere periode niet de financiële middelen om te kunnen betalen wat ze minimaal nodig hebben aan goederen en voorzieningen (zoals voedsel, kleding, wonen en verzekering). Ouders hebben een laag inkomen of zijn afhankelijk van een uitkering. Vaak is er ook sprake van schulden. Nederland telt overigens steeds meer werkende armen

Armoede brengt chronische, toxische stress met zich mee voor ouders en kinderen. Uit onderzoek van het Center on the Developing Child van Harvard blijkt dat chronische stress effect heeft op de ontwikkeling van de hersenen. Meer specifiek op de ontwikkeling van zogenaamde levensvaardigheden. Deze heb je nodig om doelgericht te handelen en regie te voeren over je eigen leven, En het zijn precies de vaardigheden die nodig zijn om de vicieuze cirkel van generatiearmoede te doorbreken.  

Op de langere termijn vraagt een systematische aanpak van kinderarmoede om structurele veranderingen zoals een minder complex systeem van sociale zekerheid, het beter betrekken van onderwijs en  jeugdgezondheidszorg, mensen in de bijstand eerder aan werk helpen en werkende minima meer uren of inkomensondersteuning bieden.

De Alliantie Kinderarmoede verenigt meer dan 250 publieke en private partijen die samen kinderarmoede willen aanpakken. Elke partner heeft een stukje van de puzzel in handen om het probleem op te lossen. Van rijksoverheid, gemeenten, maatschappelijke organisaties, scholen, werkgevers en ouders zelf. De kunst is nu om elkaar te vinden, te leren van elkaar en de handen ineen te slaan voor nieuwe acties.

HomeKinderarmoede